flansen

werkw.
Verbuigingen:  flanste
Verbuigingen:  geflanst

1) enz.

2) tweede betekenisomschrijving
Voorbeeld:  `Zin met het flansen in de tweede betekenis erin.`

3) slordig in elkaar zetten.


Bron: WikiWoordenboek.

Spreekwoorden en zegswijzen
• bij elkaar flansen (=samenrapen)
Naar de spreekwoorden

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: bedrijvend werkwoord gelijkvloeiend (ik flanste, heb geflanst), slordig bewerken; zamenflansen.
  2. haastig in elkaar zetten Jaar van herkomst: 1625 (WNT )
  3. snel en slordig in elkaar zetten vb: zij heeft dat rokje even in elkaar geflanst
  4. 1) Doordraaien 2) Haastig 3) Haastig aanbrengen 4) Haastig in elkaar zetten 5) Haastig zonder zorg in elkaar zetten 6) Iets slordig maken 7) Neersmijten 8) Slordig in elk...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
flansen (op ondegelijke wijze tot stand brengen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 89% van de Nederlanders en 88% van de Vlamingen het woord `flansen`.