fillen

werkw.
Afbreekpatroon:  'fil - len
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  fillde / filde (verl.tijd )
Vervoegingen:  gefilld / gefild (volt.deelw.)

het digitaal vullen van vlakken (grafisch) computer
Voorbeeld:  `de achtergrond fillen met een neutrale kleur`
Synoniem:  opvullen


Deze woorden eindigen op fillen:
zerofillen