de filiaalhouder

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  filiaalhouders
Verbuigingen:  filiaalhoudertje

diegene die de leiding heeft over een filiaal van een winkelketen of van een grootwinkelbedrijf.
Voorbeeld:  `De filiaalhouder zorgde voor een prettige winkel om in te winkelen.`


Bron: WikiWoordenboek.

1 definitie op Encyclo
  • 1) Agent 2) Bedrijfsleider 3) Beheerder van een filiaal 4) Beroep 5) Dealer 6) Factoor 7) Handelsagent 8) Winkelchef 9) Winkelier 10) Zaakleider 11) Zetbaas
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met filiaalhouder:
    filiaalhouders