de fietssleutel

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['fitsløtəl]
Verbuigingen:  fietssleutel|s (meerv.)

sleutel van het slot op je fiets
Voorbeeld:  `Ik ben mijn fietssleutel verloren. Nu moet ik op een andere manier naar huis.`

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Deel van een fiets 2) Sleutel van een fietsslot
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met fietssleutel:
fietssleutels