de feestdag

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈfesdɑx]
Verbuigingen:  feestdag|en (meerv.)

1) dag waarop je feest viert
Voorbeeld:  `een officiële feestdag`

2) jaarlijkse dag dat je iets herdenkt
Voorbeelden:  `een christelijke feestdag`,
`een nationale feestdag`,
`op zon- en feestdagen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
jaarfeest

2 definities op Encyclo
  1. dag waarop feest gevierd wordt vb: de dag dat Rick slaagt, is een feestdag jaarlijks terugkerende gedenkdag vb: eerste en tweede paasdag zijn feestdagen christelijke fees...
  2. 1) Blijdag 2) Dag van vreugde 3) Dag waarop een feest gevierd wordt 4) Gedenkdag 5) Hoogtijd 6) Hoogtijdag 7) Jaarfeest 8) Rustdag 9) Vierdag 10) Viertijd
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met feestdag:
feestdagen

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `feestdag` kennen.