fatsoenshalve

bijwoord

uit fatsoen, om het fatsoenlijk te houden
Voorbeeld:  `Ik riep iets wat ik fatsoenshalve niet zal herhalen.`


Bron: WikiWoordenboek.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Gepast 2) Naar behoren 3) Net(niet helemaal) 4) Passend 5) Welvoeglijkheidshalve
Toon uitgebreidere definities