fatsoenshalve

bijwoord

uit fatsoen, om het fatsoenlijk te houden
Voorbeeld:  `Ik riep iets wat ik fatsoenshalve niet zal herhalen.`


Bron: WikiWoordenboek.

1 definitie op Encyclo
  • 1) Gepast 2) Naar behoren 3) Passend 4) Welvoeglijkheidshalve
  • Toon uitgebreidere definities