de burgemeester

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [bʏrxəˈmestər]
Verbuigingen:  burgemeester|s (meerv.)

voorzitter van de gemeenteraad van een stad of dorp
Voorbeelden:  `burgemeesters en wethouders`,
`burgemeester en schepenen`

© Kernerman Dictionaries.

Taaladvies
  1. Burgemeester en wethouders: (B en W) Wat is correct: Burgemeester en wethouders (of B en W) heeft besloten of Burgemeester en wethouders (of B en W) hebben besloten?
  2. Zowel de wethouders als de burgemeester is / zijn tegen het voorstel: Als in een zin het onderwerp bestaat uit een enkelvoudig lid en een meervoudig lid die door zowel... als... aaneengeschakeld zijn, zoals in Zowel de wethouders als de burgemeester is/zijn tegen het voorstel, moet de persoonsvorm dan in het enkelvoud of in het meervoud staan?


18 definities op Encyclo
  1. iemand die wettelijk aan het hoofd staat van het bestuur van een gemeente en die deze ook officieel vertegenwoordigt; ook: de titel van burgemeester
  2. hoogste bestuurder van een gemeente vb: de burgemeester is voorzitter van de gemeenteraad
  3. Hoofd van een gemeente, benoemd door de koningin.
  4. 1. Eén van de vier leden van de magistraat (dagelijks bestuur) van een stad met stadsrecht vóór 1809, in Drenthe alleen Coevorden. 2. Eén van...
  5. Het enige lid van het gemeentebestuur dat wordt benoemd door de Kroon. De burgemeester is voorzitter van de gemeenteraad en van het college van B en W. Hij is verantwoord...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met burgemeester:
burgemeesters

Deze woorden eindigen op burgemeester:
nachtburgemeesterlocoburgemeesterkleine burgemeestergrote burgemeester

Herkomst volgens etymologiebank.nl
burgemeester (hoofd van een gemeente)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `burgemeester`.