familiair

bijv.naamw.
Uitspraak:  [famili'jɛ:r]

1) (van ziekten) in de familie voorkomend medisch
Voorbeeld:  `familiaire tremor`

2) zonder je druk te maken om formele regels
Voorbeelden:  `In dat restaurant gaan de obers een beetje te familiair om met de gasten.`,
`Er is een hartelijke en familiaire stemming aan boord van ons cruiseschip.`
Synoniemen:  ongedwongen, informeel

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gemeenzaam makkelijk in de omgang tutoyerend vrijpostig

5 definities op Encyclo
  1. in de familie voorkomend.
  2. (1) Erfelijk, genetisch, congenitaal (2) In een bepaalde familie voorkomend
  3. 1) Gemeenzaam 2) Gemoedelijk 3) Huiselijk 4) Niet vormelijk 5) Ongedwongen 6) Onvormelijk 7) Tutoyerend 8) Vertrouwelijk 9) Vertrouwelijk in omgang 10) Vrijpostig
  4. [Nederlands] Vertrouwelijk, ongedwongen
  5. (familiair - familiaar) gemeenzaam Jaar van herkomst: 1560 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
familiair (vertrouwelijk, gemeenzaam; vrijpostig)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `familiair`.