de façade

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [fa'sadə]
Verbuigingen:  façade|n, façade|s (meerv.)
Verbuigingen:  façadetje (verkleinwoord)

1) gevel (van een gebouw)
Voorbeeld:  `werken aan de façade van de eerste etage`

2) uiterlijk of houding waarmee je iets wilt verbergen
Voorbeeld:  `Ze verbergt haar onzekerheid achter een façade van zelfverzekerdheid.`


Synoniemen
dekmantel pui schijnvertoning vooraanzicht

14 definities op Encyclo
  • de architectonisch uitgewerkte en versierde gevel of voorgevel van een gebouw.
  • •de zichtbare buitenmuur van een gebouw, specifiek die aan de voorkant. • [dysfemisme] het gezicht. •valse schijn.
  • Let op: Spelling van 1858 Fr., voorgevel, voorzijde, front van een gebouw
  • [1958] - Façade (Zweeds: Ansiktet) is een film van de Zweedse regisseur Ingmar Bergman uit het jaar 1958. De film werd destijds uitgebracht als Het gezicht in Nederland...
  • [ontwerppatroon] - De façade is een ontwerppatroon in het vakgebied der object-georiënteerd ontwerpen binnen de informatica. De façade dient als voorkant voor een col...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met façade:
    façadenfaçades

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    façade (voorgevel van een gebouw)

    Hoe bekend is het woord?
    Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 95% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `façade`.