enthousiasmerend

bijv.naamw.

stimulerend, activerend, motiverend
Voorbeelden:  `De enthousiasmerende toespraak van de leraar zorgde ervoor dat iedereen weer vol energie aan de studie ging.`,
`(...) en vlucht met zijn dochters weg onderzee...`


Bron: WikiWoordenboek.