elkaar

pronoun
Uitspraak:  [ɛlˈkar]

1) <woord waarmee je aangeeft dat de een naar de ander hetzelfde doet als de ander naar de een>
Voorbeelden:  `elkaar een zoen geven`,
`elkaar helpen`

2) <woord zonder eenduidige betekenis, vaak in combinatie met een voorzetsel>
achter elkaar  (de een achter de ander)
bij elkaar  (de een bij de ander)
door elkaar gaan  (rommelig worden, vermengen)
de dingen door elkaar halen  (de dingen verwarren)
iets uit elkaar halen  (de samenstellende delen scheiden, demonteren)
iets in elkaar zetten  (iets monteren, maken)
dat komt voor elkaar  (dat komt goed)
uit elkaar gaan  (de relatie verbreken)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
elkander mekaar

Spreekwoorden en zegswijzen
• zij kunnen elkaar een hand geven (=zij bevinden zich in een vergelijkbare situatie)
• ze alle vijf bij elkaar hebben (=goed bij zijn verstand zijn)
• voor elkaar boksen (=gedaan krijgen, in orde maken)
• op elkaar lijken als twee druppels water (=precies op elkaar lijken)
• op elkaar lijken als het ene ei op het andere (=goed op elkaar lijken)
Toon alle 22 spreekwoorden die elkaar bevatten

Taaladvies
Mekaar / elkaar: Wat is correct: mekaar of elkaar?

4 definities op Encyclo
  1. wederzijds hetzelfde doen vb: ze schreven elkaar een lange brief Synoniem: mekaar
  2. •drukt uit dat van twee of meer personen ieder op zijn eigen manier tegenover de ander handelt. •drukteen onderlinge relatie, aansluiting of een snelle opeenvolging u...
  3. 1) De een de ander 2) De een de andere 3) De een en de ander 4) Elkander 5) Malkaar 6) Malkander 7) Mekaar 8) Onderling 9) Voornaamwoord 10) Wederkerend voornaamwoord 11)...
  4. (elkaar - elkander) wederkerig voornaamwoord Jaar van herkomst: 1285 (CG Rijmb. )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op elkaar:
los van elkaar

Herkomst volgens etymologiebank.nl
elkaar (ieder, elk)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `elkaar` kennen.