ege als dialectwoord
eigen (Herwijns)   eigen (Millers)   heg (Giethoorns)   eigen (Haags)   eigen, (bn.) (Schevenings)  

Spreekwoorden en zegswijzen
• zuidwest, regennest. (=met een zuidwesten wind komt vaak regen)
• ze zien vliegen (=niet goed bij het verstand zijn)
• willen vliegen eer men vleugels heeft (=iets willen doen nog voor men het geleerd heeft)
• wie zich aan een ander spiegelt spiegelt zich zacht (=wie uit het ongeluk van anderen lering trekt, zal minder ongeluk hebben)
• wie veel begeert veel ontbeert (=altijd meer willen maakt ongelukkig)
Toon alle 188 spreekwoorden die ege bevatten

1 definitie op Encyclo
  • [Vergeten woorden] (m.), eeg 1) slang 2) worm [in echel ‘bloedzuiger’ en egel (eigenlijk ‘slangeneter’)]
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met ege:
Egeïschegelegelantieregelstellingegelwegel

Deze woorden eindigen op ege:
achterwegecollegecortègehalverwegemanegemijnentwegeonzentwegeprivilegeprotegérechtswegeresponsiecollegeritzegeuitzegeuwentwegevanwegewerkcollegezegezijnentwegeweswegeverkiezingszege

Op andere websites
Zoek ege in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek ege op Google
Zoek ege op Woordenlijst.org
Zoek ege in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek ege op Wikipedia