edgen

werkw.
Afbreekpatroon:  'ed - gen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  edgede (verl.tijd )
Vervoegingen:  geëdged (volt.deelw.)

1) via gsm-netwerken informatie delen of doorsturen
Voorbeeld:  `het edgen van vertrouwelijke informatie is niet verstandig`

2) stoppen met sexuele handelingen net voor het hoogtepunt
Voorbeeld:  `edgen tijdens het pijpen`


Deze woorden eindigen op edgen:
hedgenpledgen