dwars

bijv.naamw.
Uitspraak:  [dwɑrs]

1) in een richting die loodrecht op de hoofdrichting staat
Voorbeeld:  `Een omgewaaide boom lag dwars over de straat.`
Antoniem:  recht

2) (van mensen en dieren) tegenwerkend
Voorbeeld:  `Waarom ben je zo dwars, doe nou gewoon wat ik je vraag.`
Antoniem:  meegaand
Synoniemen:  weerspannig, tegendraads

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bokkig koppig kruiselings overdwars scheef schuin stijfhoofdig stuurs tegendraads weerbarstig weerspannig meegaand (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• iemand de voet dwars zetten (=tegenwerken)
• de voet dwars zetten (=iets verhinderen of bemoeilijken)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met dwars een ander begrip versterken?
dubbel en dwars verdienen; dubbel en dwars waard zijn;

11 definities op Encyclo
  1. in een richting die kruist met de hoofdrichting vb: deze balk moet dwars op de andere komen dat zit me dwars [dat vind ik vervelend] iemand de voet dwars zetten [hem tege...
  2. Schuin over iets heen liggend of zijn geplaatst; van kant naar kant kruisend. Categorie: Kenmerken en Eigenschappen > positionele kenmerken naar oriëntatie.
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-er, meest dwars), schuin, scheef, afwijkende van de regte lijn; (zeew.) over den boeg; eene -e...
  4. Def.: recht opzij Toelichting: Onder een hoek van 90° met de scheepsas.
  5. Recht opzij, dus onder een hoek van 90° met de scheepsas. `Om half vijf hadden we de vuurtoren van Scheveningen dwars.`
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met dwars:
dwarsbalkdwarsbomendwarsboomdwarsboomdedwarsboomdendwarsboomtdwarsdoorsnededwarsfluitdwarsfluitendwarsgelegendwarsgetuigddwarsgezetendwarsheiddwarsliggendwarsliggerdwarsliggersdwarsregeltransformatordwarsscheepsdwarsstraatdwarszitten
Toon alle woorden die beginnen met dwars

Deze woorden eindigen op dwars:
lig dwarszit dwars
Toon alle woorden die eindigen op dwars

Herkomst volgens etymologiebank.nl
dwars (scheef)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `dwars` kennen.