domineren

werkw.
Uitspraak:  [domiˈnerə(n)]
Vervoegingen:  domineerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gedomineerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

meer invloed of macht hebben dan de rest
Voorbeelden:  `Ouderen domineren de automarkt.`,
`Die buitenlandse club domineert de wedstrijd.`
Synoniem:  overheersen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beheersen de overhand hebben heersen overheersen

9 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 heerschen, den baas spelen, vooruitkomen, overtreffen. Dominica, (te weten diës), de dag des Heeren, Zondag; dominica in albis, de eerste Zonda...
  2. overheersen
  3. • [ov] het meest nadrukkelijk op de voorgrond treden.
  4. de meeste macht of invloed hebben vb: de smaak van gember domineert in dit gerecht Synoniem: overheersen
  5. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Domineren``] Zie Beheerschen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
domineren (overheersen)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `domineren` kennen.