diversifiëren

werkw.
Uitspraak:  [divɛrzif'jerə(n)]
Vervoegingen:  diversifieerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gediversifieerd (volt.deelw.)

verscheidenheid aanbrengen in (iets)
Voorbeelden:  `Bedrijven die diversifiëren groeien harder.`,
`je beleggingsportefeuille diversifiëren`
Synoniemen:  spreiden, variëren

© Kernerman Dictionaries.