dichtslibben

werkw.
Uitspraak:  ['dɪx(t)slɪbə(n)]
Vervoegingen:  slibde dicht (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is dichtgeslibd (volt.deelw.)

1) door slibvorming geleidelijk ondieper worden
Voorbeeld:  `De haven is aan het dichtslibben.`

2) verstopt raken
Voorbeelden:  `dichtslibbende aderen`,
`Het Nederlandse wegennet zal verder dichtslibben.`

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Dichtslempen 2) Opslibben 3) Toeslibben 4) Verzanden
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `dichtslibben`.