depreciëren

werkw.
Uitspraak:  [depre'ʃerə(n)]
Vervoegingen:  deprecieerde (verl.tijd enkelv.) Toon alle vervoegingen

1) minachtend oordelen over (iets of iemand)
Vervoegingen:  heeft gedeprecieerd (volt.deelw.)
Voorbeeld:  `depreciërende gedachten over je buurman hebben`
Antoniem:  appreciëren
Synoniemen:  minachten, geringschatten

2) in waarde dalen
Vervoegingen:  is gedeprecieerd (volt.deelw.)
Voorbeelden:  `De dollar zal met 10 procent depreciëren.`,
`Auto's depreciëren snel.`

© Kernerman Dictionaries.

2 definities op Encyclo
  1. 1) Geringschatten 2) In waarde doen dalen 3) Waarde verminderen
  2. in waarde of waardering (doen) dalen Jaar van herkomst: 1824 (WEI )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
depreciëren (in waarde of waardering doen dalen)