het deeg

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [dex]

mengsel van meel, water of melk en andere ingrediënten om brood of gebak van te bakken culinair
Voorbeelden:  `deeg laten rijzen`,
`cakedeeg`

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
• een koekje van eigen deeg (=iets geven (of krijgen) wat oorspronkelijk bedacht is door degene die het krijgt (of geeft))
Naar de spreekwoorden

13 definities op Encyclo
  1. [Vergeten woorden] (v.), dege 1) het gedijen, aanwas, levenskracht, tier 2) welvaart, voorspoed: ter dege goed 3) genoegen, plezier [= Noord-Hollands deeg, Twents dege, ~...
  2. voordeel van hebben, mengsel van meel en water-melk
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. [geen meervoud] mengsel van eenige vaste zelfstandigheid met eene vloeistof, [inzonderheid] van meel met water); [figuurlijk] zij zi...
  4. Uit `De lagere vaktalen: De steenbakkerstaal` 1914 steenspijs, klei met water bereid.
  5. gekneed mengsel vb: voor het deeg van pasta heb je tarwemeel en water nodig iemand een koekje van eigen deeg geven [hem net zo slecht behandelen als hij anderen behandelt...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met deeg:
deegrollerdeegrollersdeegsnijderdeegwaren

Deze woorden eindigen op deeg:
bladerdeeg

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. deeg (iets goeds)
  2. deeg (mengsel)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `deeg`.