debiliseren

werkw.
Uitspraak:  [debili'zerə(n)]
Vervoegingen:  debiliseerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gedebiliseerd (volt.deelw.)

zo sterk vereenvoudigen of toegankelijk maken dat het kinderachtig of bespottelijk wordt
Voorbeeld:  `Het nieuws debiliseren door bij elk item gewone mensen aan het woord te laten.`

© Kernerman Dictionaries.