copen

werkw.
Uitspraak:  [ˈkopə(n)]
Afbreekpatroon:  'co - pen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  coopte (verl.tijd )
Vervoegingen:  heeft gecoopt (volt.deelw.)

er mee omgaan
Voorbeeld:  `er is nu eenmaal tegenslag, en daar zul je mee moeten copen`
Synoniem:  ergens mee leren leven


1 definitie op Encyclo
  1. Woord uit de oude stadsrekeningen van Doesburg; jegen-copen weder kopen van
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op copen:
amnioscopenbaroscopenbioscopencaleidoscopendiascopenebullioscopenelektroscopenendoscopenepidiascopenepiscopengalvanoscopengyroscopenhelioscopenhygroscopenlaparoscopenmicroscopenoscilloscopenperiscopenradiotelescopenrectoscopen