confabuleren

werkw.
Uitspraak:  [kɔnfaby'lerə(n)]
Afbreekpatroon:  con·fa·bu·le·ren
Vervoegingen:  confabuleerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geconfabuleerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

dingen vertellen die niet kloppen
Voorbeelden:  `Confabuleren kan een bijwerking zijn van morfine.`,
`De verwarde man staat te confabuleren.`
Synoniemen:  fantaseren, verzinnen


2 definities op Encyclo
  • 1) Onbewust liegen
  • het vertellen van verzinsels, meestal om leemten in het geheugen op te vullen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
confabuleren (als samenweefsel van valse mededelingen opdissen)

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van confabuleren?
De verleden tijd van confabuleren is 'confabuleerde'. Het voltooid deelwoord is 'heeft geconfabuleerd'.
Wat betekent confabuleren?
'dingen vertellen die niet kloppen'
Hoe spel je confabuleren?
confabuleren spel je C O N F A B U L E R E N

Op andere websites
Zoek confabuleren in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek confabuleren op Google
Zoek confabuleren op Woordenlijst.org
Zoek confabuleren in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek confabuleren op Wikipedia