clusteren

werkw.
Uitspraak:  ['klʏstərə(n)]
Vervoegingen:  clusterde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geclusterd (volt.deelw.)

in een cluster bij elkaar brengen
Voorbeelden:  `onderzoeksgegevens clusteren`,
`Sommige baby´s clusteren de tijdstippen waarop ze borstvoeding willen, dan willen ze een tijdje achter elkaar aan de borst van de moeder.`,
`Scholen voor speciaal onderwijs in Nederland zijn geclusterd in vier groepen voor leerlingen met bepaalde beperkingen.`

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Samenbrengen in groepen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `clusteren`.