closen

werkw.
Afbreekpatroon:  'clo - sen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  closede (verl.tijd )
Vervoegingen:  geclosed (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) afsluiten van (zakelijke) transactie handel
Voorbeeld:  `de deal closeden`

2) schuifelen, tegen elkaar aan dansen
Voorbeeld:  `ze closen tot sluitingstijd in de nachtclub`