clearen

werkw.
Afbreekpatroon:  'clea - ren
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  clearde (verl.tijd )
Vervoegingen:  gecleard (volt.deelw.)

vrijgeven, vereffenen, ontruimen
Voorbeeld:  `de plaats van delict moet eerst worden gecleard voordat buitenstaanders toegang krijgen`