cleansen

werkw.
Afbreekpatroon:  'clean - sen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  cleansde / cleansede (verl.tijd )
Vervoegingen:  gecleansd / gecleansed (volt.deelw.)

huid reinigen
Voorbeeld:  `cleansen van de gezichtshuid is belangrijk als je wilt stralen`
Synoniem:  schoonmaken