de chirurg

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ʃiˈrʏrx]
Verbuigingen:  chirurg|en (meerv.)

dokter die je opereert
Voorbeelden:  `hartchirurg`,
`kaakchirurg`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
heelkundige

Taaladvies
Plastisch(e) chirurg: Wat is correct: een plastische chirurg of een plastisch chirurg?

6 definities op Encyclo
  1. hij opereert mensen vb: een chirurg haalde mijn blindedarm eruit
  2. heelkundig arts, een arts die opereert
  3. •een specialist die operaties verricht.
  4. 1) Arts die operatie verricht 2) Arts voor gewonden 3) Beroep 4) Dokter 5) Geneesheer 6) Geneeskundige 7) Heelkundige 8) Medicus 9) Medisch beroep 10) Medisch specialist ...
  5. arts die zich heeft gespecialiseerd in het operatief behandelen van verwondingen, breuken en aandoeningen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met chirurg:
chirurgenchirurgiechirurgisch

Deze woorden eindigen op chirurg:
kaakchirurgboomchirurg

Herkomst volgens etymologiebank.nl
chirurg (geneeskundige die vooral operaties verricht)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `chirurg`.