I de chapeau

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  chapeaus
Verbuigingen:  chapeautje

1) een pokerspel met dobbelstenen

2) een kleine kop boven de eigenlijke kop van een artikel eventueel cursief gedrukt


II chapeau

tussenwerpsel

een uitroep van bewondering voor een knappe prestatie
Voorbeeld:  `Chapeau! Dat heb je er goed gedaan!`


Bron: WikiWoordenboek.

Spreekwoorden en zegswijzen
chapeau bas spelen (=onderdanig zijn)
Naar de spreekwoorden

10 definities op Encyclo
  1. FR; 1 - (hoge) hoed en groet 2 - laag welke op de gistende most ligt, bestaande uit vel, pit, schuim. Geeft bij het doorroeren weer meer smaak aan een wijn. Het kan ook j...
  2. Let op: Spelling van 1858 Fr., een hoed; fig. een manspersoon, heer. Chapeau-bas, met den hoed onder den arm
  3. 1) Bovenkop van een artikel 2) Chaperon 3) Hoed 4) Hoedje af 5) Hoofddeksel 6) Petje af
  4. Een kop- of titelregel in een krant of tijdschrift die een kernachtige samenvatting geeft van het daarna volgende artikel.
  5. Vaste deeljes van de druif die een korst op het oppervlak van de most in de gistkuip vormen. De chapeau wordt niet meteen gevormd. Deze tweedeling in de kuip ontstaat pas...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
chapeau (kopje boven artikel)