de buurman

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈbyrmɑn]
Verbuigingen:  buurman|nen (meerv.)

man die in het huis naast, boven of onder je woont
Voorbeeld:  `De buurman kwam vragen of we even wilden helpen.`

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
buurmans leed troost. (=door het verdriet of de pijn van een ander kun je je eigen verdriet en pijn beter verdragen)
buurmans gras is altijd groener. (=bij anderen lijkt het altijd beter (omdat men daar de interne problemen niet van kent).)
• al te goed is buurmans gek (=van te veel goedheid wordt misbruik gemaakt)
Naar de spreekwoorden

4 definities op Encyclo
  1. wie naast je woont of zit of staat vb: de tuin van de buurman grenst aan onze tuin
  2. •een man naast wie men woont.
  3. 1) Gebuur 2) Iemand die naast je woont 3) Iemand die naast ons woont 4) Naaste bewoner 5) Naastwonende 6) Naber 7) Nabuur 8) Overman
  4. [band] - Buurman is een Belgische rockgroep uit Limburg. De groep brengt Nederlandstalige nummers. De band telt vijf leden, namelijk Geert Verdickt (zang, gitaar, therem...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met buurman:
buurmannen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
buurman

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `buurman` kennen.