I brushen

werkw.
Afbreekpatroon:  'brus - hen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  brushte (verl.tijd )
Vervoegingen:  gebrusht (volt.deelw.)

haren drogen met de föhn
Voorbeeld:  `iedere zes weken laat ze haar haren knippen en brushen bij de kapper`


II brushen

werkw.
Afbreekpatroon:  'brus - hen
Herkomst:  «Engels

grafische verftechniek
Voorbeeld:  `brushen gaat vooral om het bedekken van contrasten`


Deze woorden eindigen op brushen:
airbrushenpaintbrushen