brom als dialectwoord
Brommer (Amsterdams)   terug 2. (Schevenings)  

Spreekwoorden en zegswijzen
• wat ik je brom (=wat ik je zeg!)
Naar de spreekwoorden

7 definities op Encyclo
  • (Door de magnetische strooivelden van transformatoren in versterkers of een vekeerde-slechte aarding kan een nadelige inwerking ontstaan op schakelingen. Dit veroorzaakt brom. Een brom klinkt precies zoals de naam gesuggereerd) brommend dus.
  • 1) Bijgeluid 2) Laag spraakgeluid 3) Geluid 4) Doffe lage toon 5) Dof geluid 6) Laag stemgeluid 7) Storing
  • acroniem (toon de herkomst via de etymologiebank)
  • Besluit Rijkssubsidiëring Onderhoud Monumenten
  • Door de magnetische strooivelden van transformatoren in versterkers of een vekeerde-slechte aarding kan een nadelige inwerking ontstaan op schakelingen. Dit veroorzaakt brom. Een brom klinkt precies zoals de naam gesuggereerd: brommend dus. (bron: Hifi.nl)
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met brom:
bromancebrombasbrombeerbromeliabromfietsbromfietscertificaatbromfietserbromfietshelmbromfietsherstellerbromfietsrijbewijsbromidebromiumbromkoebrommenbrommendbrommerbrommerigbrommigbrommobielbrompot
Toon alle woorden die beginnen met brom

Deze woorden eindigen op brom:
gebrom
Toon alle woorden die eindigen op brom

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. brom (acroniem)
  2. brom (bn. dronken; zn. borrel)
  3. brom (bromfiets)
  4. brom (dof geluid)


Op andere websites
Zoek brom in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek brom op Google
Zoek brom op Woordenlijst.org
Zoek brom in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek brom op Wikipedia