bricoleren

werkw.
Uitspraak:  [briko'lerə(n)]
Vervoegingen:  bricoleerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gebricoleerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

op een ondoelmatige manier iets maken of repareren
Voorbeeld:  `Het toestel is kapot, je kunt zelf gaan bricoleren of een vakman bellen.`
Synoniem:  prutsen

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Achterbaks handelen 2) Biljartterm 3) Uitvluchten zoeken
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bricoleren (over de band spelen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 56% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `bricoleren`.