bombarderen

werkw.
Uitspraak:  [bɔmbɑrˈderə(n)]
Vervoegingen:  bombardeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gebombardeerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

bommen gooien op (een plaats)
Voorbeeld:  `de haven bombarderen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afstraffing belagen benoemen beschieten beschieting bombardement

5 definities op Encyclo
  1. er bommen op laten vallen vb: Rotterdam werd in de oorlog gebombardeerd onverwacht benoemen vb: hij werd tot leider gebombardeerd
  2. •bommen of andere projectielen afvuren op iets of iemand.
  3. 1) Afstraffing 2) Belagen 3) Benoemen 4) Beschieten 5) Beschieten uit de lucht 6) Beschieting 7) Bestoken 8) Bombardement 9) Bommen gooien 10) Kanonneren 11) Met bommen b...
  4. Wielerterm; het aantal demarrages opdrijven, vermeerderen. Ook wel: aan de boom schudden.
  5. met bommen beschieten Jaar van herkomst: 1515 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bombarderen (bommen werpen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `bombarderen`.