boenen

werkw.
Uitspraak:  ['bunə(n)]
Vervoegingen:  boende (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geboend (volt.deelw.)

schoonmaken en laten glimmen
Voorbeelden:  `de vloer boenen`,
`de meubels boenen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afboenen afschrobben oppoetsen schoonboenen schoonmaken schoonschrobben schrobben

7 definities op Encyclo
  1. schoonmaken met een borstel vb: ze boende de vloer met zeepsop
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik boende, heb geboend), met een boender schoonmaken, wrijven. *...ER, m. (-s), *...STER, v...
  3. Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 't uitslaan van ondroog eikenhout en kastanjehout.
  4. Machinale behandeling (wrijven) van harde vloeren met borstels of poetsdotten met als doel sporen van gebruik, strepen en drankvlekken van het oppervlak te verwijderen.
  5. •schrobben, of wrijven tot het glanst.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
boenen (schrobben)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `boenen`.