het boekjaar

zelfst.naamw.
Uitspraak:  ['bukjar]
Verbuigingen:  boek|jaren (meerv.)

jaar waarover de boekhouder verslag doet van de resultaten van een onderneming, vereniging
Voorbeeld:  `Een boekjaar loopt meestal van 1 januari tot en met 31 december.`
gebroken boekjaar  (jaar waarover de boekhouder verslag doet dat niet loopt van 1 januari tot en met 31 december) `In de VS houdt men meestal een gebroken boekjaar aan van 1 juni tot en met 31 mei.`

© Kernerman Dictionaries.

14 definities op Encyclo
  1. Periode van 12 maanden die de basis is voor het uitbrengen van een jaarrekening. Deze periode van 12 maanden valt doorgaans samen met een kalenderjaar, maar dat hoeft. So...
  2. Boekjaar, een twaalfmaandsperiode waarover een onderneming haar omzet en winst rapporteert. Een boekjaar hoeft niet altijd samen te vallen met een kalenderjaar of fiscaal...
  3. De periode tussen twee jaarafsluitingen van de rekeningen van een vennootschap. De periode waarop de rechten, vorderingen en schulden van de organisatie worden gekoppeld....
  4. Het boekjaar is de periode waarover verslag wordt uitgebracht in het (fiscaal) jaarverslag en de verlies- en winstrekening. ( > beleggen > analyse > fundamenteel)
  5. Periode waarover verslag wordt uitgebracht in de jaarrekening (jaarverslag): de balans en de rekening van verlies- en winst.
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `boekjaar`.