de bobo

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈbobo]
Verbuigingen:  bobo|'s (meerv.)

belangrijke man
Voorbeeld:  `Hij is een bobo in de sportwereld.`

© Kernerman Dictionaries.

8 definities op Encyclo
  1. Volk in het westen van Burkina Faso, 300 000 zielen. Akkerbouw (gierst, handelsgewassen), veehouderij. De kunstproductie bestaat vnl. uit maskers, die een rol spelen bij ...
  2. • [sport] , [verkorting] , [afkorting] de afkorting voor "bondsbons", een bestuurder in de voetbalwereld. •taalfamilie, onderdeel van de Soninke-Bobo talen, omvat 2 t...
  3. 1) Belangrijk man 2) Bestuurder van een sportclub 3) Bestuurslid in de sportwereld 4) Bondsbons (afk.) 5) Bestuurslid 6) Hoge ome 7) Hoge piet 8) Hoogwaardigheidsbekleder...
  4. Bobo is de bijnaam van de Nederlandse wegracecoureur Johan van Eijk, maar Bobo staat ook voor BOnds BOns, een spotnaam voor bondsbestuurder, niet specifiek voor de motors...
  5. [tijdschrift] - Bobo is een maandelijks Nederlands educatief tijdschrift voor kleuters. Het tijdschrift gaat over het blauwe konijn Bobo en wordt in nauwe samenwerking m...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. bobo (hoge bestuurder)
  2. bobo (slaap)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 92% van de Nederlanders en 67% van de Vlamingen het woord `bobo`.