blieven

werkw.
Uitspraak:  ['blivə(n)]
Vervoegingen:  bliefde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gebliefd (volt.deelw.)

zin hebben in (voedsel)
Voorbeelden:  `Ik blief geen groenten.`,
`Blief je nog wat?`

© Kernerman Dictionaries.

2 definities op Encyclo
  • voedsel of drank lusten
  • 1) Willen
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    blieven = believen