blieven

werkw.
Uitspraak:  ['blivə(n)]
Vervoegingen:  bliefde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gebliefd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

zin hebben in (voedsel)
Voorbeelden:  `Ik blief geen groenten.`,
`Blief je nog wat?`

© Kernerman Dictionaries.

2 definities op Encyclo
  1. 1) Willen
  2. voedsel of drank lusten
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
blieven = believen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 70% van de Nederlanders en 17% van de Vlamingen het woord `blieven`.