blauw

bijv.naamw.
Uitspraak:  [blɑu]

kleur van een wolkeloze hemel
Voorbeeld:  `blauwe ogen`
blauwe plek  (plek op de huid die door een ruwe aanraking blauw of paars ziet) `door een val vol blauwe plekken zitten`
een blauwe maandag  (een heel korte periode)
blauw oog  (gebied rond het oog dat door een ruwe aanraking blauw of paars ziet) `iemand een blauw oog slaan`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dronken hemelsblauw

Spreekwoorden en zegswijzen
• iets blauw blauw laten (=iets maar laten voor wat het is, in het ongewisse laten)
• iemand bont en blauw slaan (=iemand zo slaan dat hij een dik gezicht met blauwe en geel blauwe vlekken krijgt.)
• het maar blauw blauw laten (=er verder maar niet over spreken)
• een blauwtje lopen (=afgewezen worden (in de liefde))
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met blauw een ander begrip versterken?
blauw van de kou; je blauw ergeren; blauw staan van de rook
Hoe kun je blauw krachtiger uitdrukken?
hemelsblauw; knalblauw; strakblauw;

15 definities op Encyclo
  1. heraldiekteken, de kleur blauw, ook azuur genoemd, aangegeven door horizontale arcering
  2. schraal, van slechte kwaliteit
  3. Uit `De lagere vaktalen: De tabakbewerkerstaal` 1914 tabak die v.d. vorst geleden heeft.
  4. • [kleur] de kleur die zich in het spectrum bevindt tussen cyaan en violet.
  5. tussen groen en violet
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met blauw:
blauwalgblauwalgenblauwbandblauwbandenblauwbekblauwbekkenblauwbektblauwbekteblauwbektenblauwborstblauwborstenblauwdeblauwdenblauwdrukblauwdrukkenblauwe bosbesblauwe kiekendiefblauwe monnikskapblauwe reigerblauwe vinvis
Toon alle woorden die beginnen met blauw

Deze woorden eindigen op blauw:
marineblauwin- en inblauwinblauwhemelblauwdonkerstaalblauwkoningsblauwmiddenblauwdonkerblauwmidnachtsblauwlichthemelsblauwkorenbloemblauwdiep hemelsblauwparelmoernachtblauwparelmoerblauwpaarsblauwultramarijnblauwgroenblauwsaffierblauwsignaalblauwzwartblauw
Toon alle woorden die eindigen op blauw

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. blauw (dronken)
  2. blauw (kleur)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `blauw`.