I bigot

bijv.naamw.
Verbuigingen:  bigotter
Verbuigingen:  bigotst

1) overdreven vroom of godsdienstig
Voorbeeld:  `Hij is een bigotte katholiek.`

2) op een geveinsde manier vroom of godsdienstig

3) op een domme manier vroom of godsdienstig

4) met een zeer uitgesproken opvatting, waarbij geen afwijkende meningen worden getolereerd
Voorbeelden:  `Met fundamentalisme bedoelen we naar het inmiddels gangbare spraakgebruik een bigot en bekrompen conservatisme.`,
`Deze bigotte en belachelijke redenering kan niet genoeg bestreden worden.`


II bigot

zelfst.naamw. (de)
Verbuigingen:  bigotten
Verbuigingen:  bigotje

iemand die zich overdreven vroom voordoet
Voorbeeld:  `Een bigot is in godsdienstige zin een kwezel of een dweper.`


Bron: WikiWoordenboek.

5 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 bijgeloovig, schijnvroom, femelend; ook een schijnvrome, geveinsde, femelaar. Bigotte, bijgeloovige, schijnheilige, femelaarster. Bigotterie, bi...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: bijvoegelijk naamwoord (-ter, -st), bijgeloovig. ~TERIE, v. geen meervoud bijgeloof; schijnheiligheid.
  3. (bn) - kwezelachtig, schijnheilig
  4. 1) Dom 2) Dom vroom 3) Domvroom 4) Femelachtig 5) Figuur van shakespeare 6) Gelovig 7) Kwezel 8) Kwezelachtig 9) Kwezelig 10) Overdreven vroom 11) Schijnheilig 12) Schijn...
  5. overdreven vroom; kwezelachtig; ook: schijnheilig; schijnvroom
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bigot

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 45% van de Nederlanders en 45% van de Vlamingen het woord `bigot`.