beschikken over

werkw.
Uitspraak:  [bəˈsxɪkə(n) ˈovər]
Vervoegingen:  beschikte over (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft beschikt over (volt.deelw.)

1) gebruik kunnen maken (van iemand of iets)
Voorbeelden:  `over weinig personeel beschikken`,
`Ik kan vrijelijk beschikken over het vakantiehuisje van mijn ouders.`
over een goed stel hersens beschikken  (intelligent zijn)

2) beslissen over
Voorbeeld:  `Daarover zal de rechter beschikken.`

© Kernerman Dictionaries.