de beroepscrimineel

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  beroepscriminelen

?? iemand wiens voornaamste bron van inkomsten bestaat uit het plegen van delicten
Voorbeeld:  `Bijna alle zonen van Amsterdamse beroepscriminelen belanden in de misdaad, blijkt uit onderzoek van de Vrije Universiteit `


Bron: WikiWoordenboek.