beëdigen

werkw.
Uitspraak:  [bəˈedixə(n)]
Vervoegingen:  beëdigde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft beëdigd (volt.deelw.)

door een eed te laten afleggen officieel een functie geven
Voorbeelden:  `een beëdigde vertaler`,
`iemand beëdigen als minister`

© Kernerman Dictionaries.

3 definities op Encyclo
  • 1) Assermenteren 2) Een eed afnemen 3) Iemand plechtig installeren
  • 1) Onder eed stellen
  • burgerlijk procesrecht: afleggen van eed of belofte voor het vervullen van een bepaalde taak of functie. Bijv. ~ van de getuige ...
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    beëdigen