barteren

werkw.
Afbreekpatroon:  'bar - te - ren
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  barterde (verl.tijd )
Vervoegingen:  gebarterd (volt.deelw.)

zakelijk ruilen
Voorbeeld:  `omdat het bedrijf wilde barteren is er gehandeld met gesloten beurs`


Herkomst volgens etymologiebank.nl
barteren (ruilhandel drijven)