de barbeel
zelfst.naamw. (m.)
| Uitspraak: | [bɑr'bel] |
| Afbreekpatroon: | bar·beel |
| Verbuigingen: | barbelen (meerv.) |
sterke, karperachtige zoetwatervis, geliefd bij sportvissers | Voorbeeld: | `op barbeel vissen` | |
8 definities op Encyclo
- Uit `De lagere vaktalen: Taal der smeden en koperslagers ` 1914 tanden onder en boven aan het schof van een slot.
- • [vissen] "Barbus barbus", een vis van de middenlopen van rivieren.
- 1) Barm 2) Dier 3) Vis 4) Riviervis 5) Zoetwatervis 6) Karperachtige vis 7) Karperachtige 8) Karperachtige riviervis
- beenvis
- beenvis Jaar van herkomst: 1287 (CG NatBl )
Toon uitgebreidere definitiesHerkomst volgens etymologiebank.nl
barbeel (vis)Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de barbeel' of 'het barbeel'?
Het is 'de barbeel', want barbeel is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die barbeel'.
Wat is het meervoud van barbeel?
Het meervoud van barbeel is 'barbelen'. Eén barbeel, twee barbelen.
Wat betekent barbeel?
'sterke, karperachtige zoetwatervis, geliefd bij sportvissers'
Hoe spel je barbeel?
barbeel spel je B A R B E E L Op andere websites
Zoek barbeel in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek barbeel op
Google
Zoek barbeel op
Woordenlijst.org
Zoek barbeel in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek barbeel op
Wikipedia