de barbeel

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [bɑr'bel]
Verbuigingen:  bar|belen (meerv.)

sterke, karperachtige zoetwatervis, geliefd bij sportvissers
Voorbeeld:  `op barbeel vissen`

© Kernerman Dictionaries.

8 definities op Encyclo
  1. • [vissen] "Barbus barbus", een vis van de middenlopen van rivieren.
  2. De barbeel is een slanke zoetwatervis met een hoge rugvin en flinke baarddraden bij de mond. Het zijn bodemvissen die de draden gebruiken om beestjes tussen het rivi...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), zekere vis.
  4. Uit `De lagere vaktalen: Taal der smeden en koperslagers ` 1914 tanden onder en boven aan het schof van een slot.
  5. 1) Barm 2) Dier 3) Karperachtige 4) Karperachtige riviervis 5) Karperachtige vis 6) Riviervis 7) Vis 8) Vissoort 9) Zoetwatervis
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
barbeel (vis)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 64% van de Nederlanders en 67% van de Vlamingen het woord `barbeel`.