banderen
werkw.
| Verbuigingen: | bandeerde |
| Verbuigingen: | gebandeerd |
1) (rand van een tapijt) van een band voorzien, omzomen 2) een poststuk van een adresband voorzien 3) van banden of dwarsstrepen voorzien 4) (''orthodontie'') het aanbrengen van bandjes (metalen ringetjes) om de kiezen. Aan die bandjes kan een beugel worden vastgemaakt. Ook wordt van bandjes rondom de kiezen gebruik gemaakt als je brackets krijgt, omdat gebleken is dat brackets eerder los laten dan bandjes als het om kiezen gaat Bron: WikiWoordenboek.
2 definities op Encyclo
- 1) Van adresbanden voorzien
- GM2: verzetten. GM3: samenspannen, zich verbinden.
Toon uitgebreidere definitiesHerkomst volgens etymologiebank.nl
banderen (van een smalle rand voorzien)Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat betekent banderen?
'(rand van een tapijt) van een band voorzien, omzomen' en 'een poststuk van een adresband voorzien' en 'van banden of dwarsstrepen voorzien' en ' (''orthodontie'') het aanbrengen van bandjes (metalen ringetjes) om de kiezen. Aan die bandjes kan een beugel worden vastgemaakt. Ook wordt van bandjes rondom de kiezen gebruik gemaakt als je brackets krijgt, omdat gebleken is dat brackets eerder los laten dan bandjes als het om kiezen gaat'
Hoe spel je banderen?
banderen spel je B A N D E R E N Op andere websites
Zoek banderen in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek banderen op
Google
Zoek banderen op
Woordenlijst.org
Zoek banderen in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek banderen op
Wikipedia