attributief
bijv.naamw.
| Uitspraak: | [ɑtribyˈtif] |
| Afbreekpatroon: | at·tri·bu·tief |
(van een bijvoeglijk naamwoord) in de positie voor een zelfstandig naamwoord taalkunde | Voorbeeld: | `In 'de dichte deur' is 'dicht' attributief gebruikt, in 'de deur is dicht' predicatief.` | |
| Antoniem: | predicatief |
3 definities op Encyclo
- • [taalkunde] wanneer het voor een zelfstandig naamwoord geplaatst wordt. •:Een groot huis. •::"In deze zin staat groot vóór huis, dus is groot hier 'attributief'." •:Het huis is groot. •::"In deze zin staat groot ná huis, dus is groot hier 'predicatief'."
- 1) Als zinnebeeldig kenteken dienend 2) Adnominaal 3) Bijvoeglijk gebruikt 4) Als zinnebeeldend kenteken dienend 5) Bijvoeglijk 6) Toekennend
- bestuursrecht: bevoegdheid toekennen aan een ander orgaan. ...
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat betekent attributief?
'(van een bijvoeglijk naamwoord) in de positie voor een zelfstandig naamwoord'
Hoe spel je attributief?
attributief spel je A T T R I B U T I E F Op andere websites
Zoek attributief in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek attributief op
Google
Zoek attributief op
Woordenlijst.org
Zoek attributief in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek attributief op
Wikipedia