I associëren

werkw.
Uitspraak:  [ɑso'ʃerə(n)]
Vervoegingen:  associeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geassocieerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

de ene gedachte met de andere verbinden
Voorbeelden:  `muizen associëren met kaas`,
`Die supermarktketen wil niet dat mensen het merk associëren met 'duur'.`


II zich associëren

reflexief werkw.
Uitspraak:  [ɑso'ʃerə(n)]
Vervoegingen:  associeerde zich (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft zich geassocieerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

zich verbinden (met een andere instelling)
Voorbeeld:  `Het kleine advocatenkantoor associeert zich met een groter kantoor om de kosten te verlagen.`

© Kernerman Dictionaries.

7 definities op Encyclo
  1. verbinden
  2. in verband brengen met.
  3. samen een bedrijf gaan uitoefenen vb: die twee advocaten zijn kortgeleden geassocieerd in de geest verbinden, samenvoegen vb: als ik een politicus zie, associeer ik dat m...
  4. 1) Een verbintenis aangaan 2) Koppelen 3) Samengaan 4) Samenvoegen
  5. [Nederlands] een genoemd woord in gedachten direct verbinden met iets anders
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
associëren ( zich verenigen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `associëren`.