assisten

werkw.
Afbreekpatroon:  as - 'sis - ten
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  assistte (verl.tijd )
Vervoegingen:  geassist (verl.tijd )

een voorzet geven voor een doelpunt sport
Voorbeeld:  `niet alleen het doelpunt zelf was prachtig, ook hoe hij werd geassist verraadde de nodige kwaliteit`


Deze woorden beginnen met assisten:
assistentassistent-scheidsrechterassistent-scheidsrechtersassistenteassistentenassistentesassistentie

Deze woorden eindigen op assisten:
bassistencontrabassisten