appliceren
werkw.
| Afbreekpatroon: | ap - pli - 'ce - ren |
| Herkomst: | «Latijn |
| Vervoegingen: | appliceerde (verl.tijd ) |
| Vervoegingen: | geappliceerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen |
1) naadloos laten aansluiten;
voegen techniek | Voorbeeld: | `het appliceren van een kunststof vloer in een bedrijfsruimte` | |
2) het aanbrengen van uitwendige geneesmiddelen medisch | Voorbeeld: | `oogzalf appliceren` | |
3 definities op Encyclo
- 1) Aanwenden 2) Aanleggen 3) Handwerktechniek 4) Toepassen
- gebruiken, toepassen.
- Het aanbrengen van applicatietape op gesneden beletteringsfolie of textielprint.
Toon uitgebreidere definitiesHerkomst volgens etymologiebank.nl
appliceren (toepassen )Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van appliceren?
De verleden tijd van appliceren is 'appliceerde'. Het voltooid deelwoord is 'geappliceerd'.
Wat betekent appliceren?
'naadloos laten aansluiten;
voegen' en 'het aanbrengen van uitwendige geneesmiddelen'
Hoe spel je appliceren?
appliceren spel je A P P L I C E R E N Op andere websites
Zoek appliceren in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek appliceren op
Google
Zoek appliceren op
Woordenlijst.org
Zoek appliceren in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek appliceren op
Wikipedia