appliceren

werkw.
Afbreekpatroon:  ap - pli - 'ce - ren
Herkomst:  «Latijn
Vervoegingen:  appliceerde (verl.tijd )
Vervoegingen:  geappliceerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) naadloos laten aansluiten;
voegen
techniek
Voorbeeld:  `het appliceren van een kunststof vloer in een bedrijfsruimte`

2) het aanbrengen van uitwendige geneesmiddelen medisch
Voorbeeld:  `oogzalf appliceren`


2 definities op Encyclo
  1. gebruiken, toepassen.
  2. 1) Aanleggen 2) Aanwenden 3) Handwerktechniek 4) Toepassen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
appliceren (toepassen )