afzwakken
werkw.
| Uitspraak: | ['ɑfswɑkə(n)] |
| Afbreekpatroon: | af·zwak·ken |
| Vervoegingen: | zwakte af (verl.tijd enkelv.) |
| Vervoegingen: | heeft, is afgezwakt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen |
zwakker worden of maken | Voorbeelden: | `je verkoop zien afzwakken`, `eisen afzwakken` | |
| Synoniem: | verzwakken |
Synoniemen
afremmen dempen mitigeren uithollen verslappen verzwakken 1 definitie op Encyclo
- 1) Afremmen 2) Mitigeren 3) Nuanceren 4) Dempen 5) Minder krachtig standpunt innemen 6) Relativeren 7) Verslappen 8) Uithollen 9) Verzwakken
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van afzwakken?
De verleden tijd van afzwakken is 'zwakte af'. Het voltooid deelwoord is 'heeft, is afgezwakt'.
Wat betekent afzwakken?
'zwakker worden of maken'
Hoe spel je afzwakken?
afzwakken spel je A F Z W A K K E N
Wat is een ander woord voor afzwakken?
Andere woorden voor afzwakken zijn afremmen, dempen, mitigeren, uithollen, verslappen en verzwakken.Op andere websites
Zoek afzwakken in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek afzwakken op
Google
Zoek afzwakken op
Woordenlijst.org
Zoek afzwakken in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek afzwakken op
Wikipedia